Steeds meer Nederlanders gebruiken kunstmatige intelligentie (AI), zowel in het dagelijks leven als op het werk en in het onderwijs. De zorgen over de betrouwbaarheid van de technologie en de manier waarop kwaadwillenden deze kunnen gebruiken blijven echter bestaan. Ook verwacht men nog steeds meer ingrijpen van de overheid om de excessen in te perken. Dat zijn de belangrijkste conclusies uit de derde editie van de AI Barometer.
De AI-Barometer van MSI-ACI is een onderzoek onder duizend Nederlandse volwassenen. In de peiling krijgen respondenten elke drie maanden vragen voorgelegd over zowel hun gebruik van AI als hun perceptie ervan. Doordat het onderzoek elke drie maanden gehouden wordt, is het mogelijk om een duidelijk beeld te krijgen van de manier waarop toepassing van en attitudes ten opzichte van de techniek constant veranderen. De vragenlijsten voor de meest recente editie zijn van 22 september tot en met 5 oktober beantwoord.
Gebruik
Uit het onderzoek blijkt dat met name jongere generaties gebruik maken van AI in hun privéleven. Onder Gen Z, de jongst gepeilde leeftijdsgroep, geeft 83% van de respondenten aan dat ze regelmatig AI gebruiken. Dat is een lichte stijging ten opzichte van de vorige peiling (78%). Een vergelijkbare stijging is te zien bij millennials, waar het gebruik met 3% toenam tot 68% ten opzichte van de vorige peiling. Een bijzonder scherpe stijging is te zien bij Gen Y, de oudere millennials. Waar bij de vorige peiling nog 40% aangaf AI te gebruiken is het nu met 56% voor het eerst meer dan de helft. Adaptatie bij oudere generaties blijkt echter relatief laag. Dit gebruik bestaat voornamelijk uit het gebruik van taalmodellen als ChatGPT en AI-gedreven vertalingen.
Ook voor werk en onderwijs neemt het gebruik toe. Bij de eerste peiling aan het eind van 2024 gaf 26% van de respondenten aan dat ze AI gebruikten tijdens werk of studie. Inmiddels is dit percentage gestegen tot 41%. Hierbij geeft 42% van de respondenten ook aan dat ze bereid zijn om nieuwe vaardigheden te leren om AI beter te kunnen gebruiken. 41% van de respondenten geeft hierbij aan dat ze er vertrouwen in hebben dat hun organisatie AI op een verantwoordelijke manier zullen gebruiken.
Attitudes
Met meer gebruik van AI door millennials en Gen Y is ook een verschuiving in houding ten opzichte van AI. Deze generaties laten een sterke stijging zien in bekendheid met AI. Daarnaast geeft Gen Y ook aan dat ze sterk positiever denken over AI dan bij vorige edities van de peilingen. Bij jongere generaties is juist een daling in positieve attitudes ten opzichte van AI te zien.
Hierbij moet wel gesteld worden dat deze peiling is gehouden voor recent nieuws over controverses rond het gebruik van kunstmatige intelligentie. Eind 2025 werd op X (het voormalige Twitter) de optie aangeboden om Grok, de AI van het bedrijf, te vragen om door andere gebruikers geplaatste foto's te bewerken. Het gebruik van deze functie om seksueel expliciete of vernederende beelden van met name vrouwen te creëren leidde tot veel kritiek. Dit is al langer een probleem met generatieve AI, maar nog niet eerder gebeurde dit op zo'n grote schaal.
Kritisch
Hoewel AI over het algemeen meer gebruikt wordt, blijven respondenten dus wel kritisch over de risico's van AI. Tweederde van de respondenten geeft aan dat ze nog steeds meer vertrouwen hebben in menselijk contact dan in communiceren via een AI. Dit geldt met name voor de oudere generaties. Ook geeft slechts 20% aan dat ze denken dat AI complexe vragen kan beantwoorden en problemen kan oplossen.
Met name zorgen over nepnieuws zijn toegenomen, van 65% bij de vorige editie tot 69% toe. Daarnaast blijft men bezorgd over de impact van AI op cyberveiligheid (62%) en de risico's van AI voor het recht op privacy (54%). De angst dat AI een bedreiging vormt voor de wereldvrede blijft wel licht dalen. Bij de eerste editie van het onderzoek gaf 28% van de respondenten nog aan hier bang voor te zijn. Dat is inmiddels gedaald tot 25%.
Ook bij kritiek op en zorgen over het gebruik van AI is de generatiekloof duidelijk zichtbaar. De jongere generaties maken zich over het algemeen veel minder zorgen, met name over het gebruik van AI om privacy te schaden of cybercriminele handelingen uit te voeren. De generaties zijn het over het algemeen wel eens over het gevaar van het gebruik van AI om nepnieuws en desinformatie te verspreiden: 69% van Gen Z geeft aan zich hier zorgen over te maken, ten opzichte van 73% van de babyboomers.
Regulering
Wat vooral opviel bij de eerste editie van de monitor, is dat ruim tweederde van de respondenten het eens was met de stelling dat overheden een actieve rol moeten spelen bij het reguleren van zowel het ontwikkelen als het toepassen van AI. 68% van de respondenten was het hier mee eens, en dat nummer is bij de derde editie gelijk gebleven. Ook is 66% van de respondenten positief ten opzichte van het ingrijpen van de Europese Unie in het bewaken van de privacy bij het gebruik van AI, en geeft meer dan de helft (55%) aan dat ze bang zijn dat AI techbedrijven te veel macht geeft.
Op het gebied van het energiegebruik van AI en de impact op het milieu blijven de zorgen ongeveer gelijk. Net zoals bij de tweede editie van de barometer geeft 45% van de respondenten aan dat ze zich zorgen maken over het stroomgebruik van AI. Ook de steun voor wet- en regelgeving om milieuschade door AI in te perken blijft met 58% gelijk ten opzichte van de eerdere peiling.
De druk om techbedrijven meer ruimte te geven in het ontwikkelen en toepassen van kunstmatige intelligentie neemt toe, met name vanuit de Verenigde Staten, waar veel van de grootste spelers op het gebied van AI gevestigd zijn. De AI-barometer laat echter zien dat de steun voor het reguleren van techbedrijven in het algemeen en AI-toepassingen in het bijzonder onveranderd hoog is.