Steeds meer Nederlanders maken gebruik van kunstmatige intelligentie (AI), blijkt uit de vierde editie van de AI-barometer. Privégebruik steeg van 47% in december 2024 tot 65% in februari 2026. In diezelfde periode steeg gebruik op het werk van 26% tot 41%. Maar ook het wantrouwen stijgt. Inmiddels staat 31% van de respondenten negatief tegenover AI.
De AI-Barometer van MSI-ACI is een onderzoek onder duizend Nederlandse volwassenen. In de peiling krijgen respondenten elke drie maanden vragen voorgelegd over zowel hun gebruik van AI als hun perceptie ervan. Doordat het onderzoek elke drie maanden gehouden wordt, is het mogelijk om een duidelijk beeld te krijgen van de manier waarop toepassing van en attitudes ten opzichte van de techniek in de loop der tijd veranderen. De vragenlijsten voor de vierde editie zijn in februari 2026 ingevuld.
Generatiekloof
Al bij eerdere edities van de barometer was een duidelijk verschil tussen leeftijdsgroepen zichtbaar. Jongere generaties gaven vaker aan AI te gebruiken, zowel privé als op werk, en gaven ook aan een hogere mate van kennis over de technologie te hebben. Deze kloof is ook terug te zien in het vertrouwen. Hoewel 90% van Gen Z aangeeft AI te gebruiken, staat ruim de helft (54%) positief tegenover de technologie. Babyboomers gebruiken AI minder (25%), maar ten opzichte van het percentage gebruikers is het percentage dat positief denkt (21%) van deze generatie veel hoger.
Meer dan de helft van de babyboomers (65%) geeft aan moeite te hebben met echte beelden te onderscheiden van door AI gegenereerde afbeeldingen. Voor Gen Z is dat 30%. Maar deepfakes vormen niet de grootste bron van zorgen. Voor alle generaties zijn nepnieuws (89%), cybercriminaliteit (85%) en inbreuk op de privacy (81%) de grootste bron van zorgen. Ook geeft 88% van de respondenten aan dat een AI-medewerker minder betrouwbaar is dan een mens. Slechts 15% van de respondenten vertrouwt AI bij het autonoom nemen van beslissingen.
Over de volle breedte is het aantal mensen dat negatief staat ten opzichte van AI sterk gestegen in vergelijking met de peiling uit oktober 2025. Toen gaf 25% van de respondenten aan dat ze negatief stonden ten opzichte van AI. Dat percentage is stabiel ten opzichte van de eerdere peilingen. Bij deze editie is het aantal Nederlanders dat AI wantrouwt plotseling gestegen, tot 31%.
Stabiel
Dat wantrouwen is ook terug te zien in de brede steun voor regulering. Tegenover regulering vanuit de Nederlands overheid staat 87% van de respondenten positief, en 86% wil dat de EU bepaalde toepassingen van kunstmatige intelligentie kan verbieden. 60% van de respondenten wil ook strengere regels voor het energiegebruik van AI. Op dat gebied is de respons ten opzichte van eerdere edities van de barometer stabiel.
Ook op andere meetpunten lijjken de cijfers stabiel. Het aantal gebruikers van AI op het werk is ten opzichte van de eerste editie van de monitor sterk gestegen, van 26% naar 41%, maar ten opzichte van de monitor van oktober 2025 is dit aantal gelijk gebleven. Ook kennis is stabiel, van 21% in december 2024, naar 29% in oktober 2025, naar 28% nu.
Regulering
Nederlanders lijken vooral van de overheid, zowel in Nederland als de Europese Unie, meer te verwachten op het gebied van reguleren van AI en het waarborgen van de rechten van de burger. De Nederlandse overheid werkt hier ook aan mee. Momenteel loopt de internetconsultatie voor de Uitvoeringswet AI-verordening. Dit is de wet die de in de Europese AI-verordening vastgelegde wet- en regelgeving omtrent het ontwikkelen en gebruik van kunstmatige intelligentie in Nederland uit moet voeren.
Het waarborgen van de burgerrechten vormt, samen met het creëren van ruimte om nieuwe AI-technologieën te ontwikkelen, de grondslag van de AI-verordening. Ook in het regeerakkoord geeft het kabinet aan deze balans te willen zoeken. Gezien de resultaten van de meest recente AI-barometer kan gesteld worden dat de vraag om sterke regulering groter dan ooit is.