Of het mogelijk is om op door generatieve kunstmatige intelligentie (AI) aangemaakt materiaal auteursrecht te leggen, en wie dit auteursrecht zou bezitten, is een al langer lopende discussie. Met name in de Verenigde Staten werden verschillende rechtszaken gevoerd over deze vraag. Eerder deze maand besloot het Hooggerechtshof om een hoger beroep in een van deze zaken niet te horen. Daarmee komt (voorlopig) een einde aan deze discussie.

Het gaat om de zaak van programmeur Stephen Thaler. Al in 2018, nog voordat generatieve AI onder een breed publiek bekend en beschikbaar was, ontwikkelde hij een eigen generatief AI model: DABUS. In 2022 probeerde hij het auteursrecht van een door DABUS gegenereerde afbeelding vast te leggen bij het US Copyright Office, het federale agentschap dat auteursrecht beheert in de Verenigde Staten. Dit verzoek werd afgewezen. Dit besluit werd sindsdien door Thaler in verschillende rechtszaken aangevochten. Omdat het Hooggerechtshof weigert om zijn beroep te horen blijft het meest recente besluit nu staan: het is niet mogelijk om auteursrecht te claimen op door AI gegenereerd materiaal.

Menselijk auteurschap

Centraal bij het besluit om auteursrecht niet toe te kennen is het principe van human authorship, menselijk auteurschap. De Amerikaanse jurisprudentie stelt dat auteursrecht alleen vastgelegd kan worden op materiaal dat door een mens is gecreëerd. De juridische conclusie is dat bij het gebruik van generatieve AI geen sprake kan zijn van menselijk auteurschap, ook als een mens het AI-model geconfigureerd heeft en de opdracht heeft gegeven. Een door AI gegenereerde tekst, afbeelding of video is dus niet beschermd onder bestaande wetgeving omtrent auteursrecht.

De rol van menselijk auteurschap in auteursrecht werd al eerder benadrukt in het besluit omtrent het stripboek Zarya of the Dawn. Hoewel de auteur hiervan het auteursrecht op het gehele stripboek claimde, werd door het Copyright Office deze claim slechts deels toegekend. De menselijke elementen van het stripboek - de geschreven tekst, en de layout van de pagina’s - waren auteursrechtelijk beschermd, maar de afbeeldingen zelf, die met AI-platform Midjourney gemaakt waren, konden niet geclaimd worden.

Claims

En dat heeft niet alleen gevolgen voor gebruikers van generatieve AI. Aanbieders van commerciële platforms en modellen hebben in hun gebruikersvoorwaarden vaak clausules opgenomen dat zij, en niet de gebruiker, het auteursrecht bezitten op alles dat gegenereerd is met hun model. Het nieuwe besluit van het hooggerechtshof betekent dat ook deze claims niet afgedwongen kunnen worden.

Dit besluit betekent niet dat generatieve AI helemaal niet gebruikt kan worden voor auteursrechtelijk materiaal. Hierbij moet onderscheid worden gemaakt tussen volledig origineel en door AI gegenereerd materiaal, en gegenereerd materiaal dat gebaseerd is op door de mens gemaakte auteursrechtelijk beschermde materialen. Zo kan bijvoorbeeld wel auteursrecht worden geclaimd op door AI gegenereerde afbeeldingen van een eerder door een mens gecreëerd personage waar wel auteursrecht op rust.

Patenten

Het is niet de eerste keer dat Thaler de grenzen opzoekt van welke rechten geclaimd kunnen worden op door AI aangemaakt materiaal. Al eerder probeerde hij zowel in de Verenigde Staten als in het Verenigd Koninkrijk patenten te claimen op twee door zijn DABUS programma bedachte uitvindingen. Het ging om patenten op een bewaarsysteem voor voedsel, en een flitslicht voor signalering.

In beide jurisdicties werden zijn claims op de patenten van de DABUS-uitvindingen afgewezen. Zowel in Groot Brittannië als in de Verenigde Staten stelden de relevante octrooibureaus dat Taler geen eigenaar van de patenten kon zijn, omdat bij de uitvindingen geen sprake is van menselijke invloed. In beide landen vocht hij deze besluiten aan, maar in geen van deze rechtszaken werden de beslissingen om geen patenten toe te kennen op door AI gemaakte uitvindingen teruggedraaid.

Binnen de Europese Unie is de vraag of op door AI gegenereerd materiaal auteursrecht geregistreerd kan worden nog niet in wetgeving beantwoord. De AI Act bevat geen clausules die relevant zijn voor dit vraagstuk. In een in december 2025 gepubliceerde briefing werd gesteld dat ook binnen de EU de menselijke invloed waarschijnlijk leidend zou zijn in de vraag of door AI gegenereerde media auteursrechtelijk beschermd  kunnen worden. Hierbij wordt wel benadrukt dat de manier waarop auteursrecht behandeld wordt zal moeten worden geëvalueerd op basis van nieuwe ontwikkelingen in de technologie.